Op deze pinkstermorgen word ik net zo humeurig wakker als op andere ochtenden…
Vroeger had je farizeers, sadduceen en meer van dat soort volk. Ik denk, dat mijn roots liggen in de Orde van de Zsjacherijnigers… een denomonatie van gelovigen die hun omgeving het leven zuur maken. Ze stonden ook wel bekend als de Fakers…
Maar ik word dus wakker en ik zie het niet zitten. Als ik niet uitkijk, infecteer ik vervolgens mijn hele gezin ermee. Linke soep dus. Ik moet dus een knop omzetten van Zsjaggy naar Faky, eh bedoel happy..
Ik kan dat niet, maar gelukkig geloof ik, dat ik dood ben en dat Christus door mij heen leeft.
Dus ik spreek uit, dat ik dood ben voor mijn humeur en dat Christus door mij heen leeft en dat ik de vreugde van de Heer heb…. vervolgens heb ik er pas echt bloedverziekend de pest in… want ik VOEL er helemaal niets van.. maar zoals ik net verklaard had, ben ik dood voor mijn gevoel… ik geloof dat. En ik vraag de Heer om meer geloof!
Wat nu? Wat wil God van mij vandaag?
Moet ik de straat opgaan en mensen vertellen van mijn blijdschap in de Heer? Moet ik een bediening opzetten voor innerlijke genezing, waar ik bakken vol met giften krijg?
1 Thessalonicenzen
Opwekking tot heilig leven
3 Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht,
4 en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid,
5 en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen.
6 Laat niemand over zijn broeder heen lopen en hem bedriegen door zijn handelwijze, want de Heere is een Wreker van dit alles, zoals wij u ook van tevoren gezegd en bezworen hebben.
7 Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot leven in heiliging.
8 Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die ook Zijn Heilige Geest in ons heeft gegeven.
Ok, helder, maar wat zal ik dan heel de dag gaan doen?
1 Thessalonicenzen 4
Opwekking tot onderlinge liefde
9 Wat nu de broederliefde betreft, hebt u het niet nodig dat ik u schrijf, want u bent zelf door God onderwezen om elkaar lief te hebben.
10 Want u doet dat ook ten opzichte van alle broeders die in heel Macedonië zijn. Wij roepen u er echter toe op, broeders, dat nog veel meer te doen,
11 en er een eer in te stellen rustig te zijn en uw eigen zaken te behartigen en te werken met uw eigen handen, zoals wij u bevolen hebben,
12 opdat u op een gepaste wijze wandelt ten opzichte van hen die buitenstaan, en niets nodig hebt.
… ik heb er een dagtaak aan…
Zegen,
Johan
